geklaag in de lerarenkamer

Geklaag in de lerarenkamer:

wat moet je ermee?

superleraar: verhogen werkplezier docent

door Superleraar// categorie samenwerking docenten // 20 januari 2020

Niets is zo vertrouwd als het klaagrondje in de lerarenkamer. Uit eigen ervaring moet ik bekennen dat het best aangenaam kan zijn om eens lekker te zeuren op luie leerlingen, opeisende ouders of het bureaucratische MT. Ook het vinden van medestanders voor de stelling dat de Minister van Onderwijs, net als de meeste voorgangers niet uit blinkt in ministeren, is een verbindende bezigheid.

Toch ergeren we ons aan de klaagcultuur in het onderwijs, blijkt uit mijn interviews over de drijfveren van docenten. Ik vind het lastig te ontdekken wie er precies verantwoordelijk is voor het geklaag, want afgaand op mijn bronnen zijn het altijd de anderen.

Niemand gaat het onderwijs in om eens lekker te klagen, dus ergens gaat er iets mis. Daar komt bij dat we in de praktijk waarschijnlijk – met wisselend succes - allemaal weleens voor verzuurde leraar spelen.


Geklaag in de lerarenkamer: vier opties

De vraag blijft echter hoe om te gaan met het lerarengeklaag. Grofweg zijn er vier basishoudingen te onderscheiden, te weten:

 

  • Niets doen
  • Mee doen
  • Probleem erkennen
  • Pareren

 

Als je over een gelijkmatig zenuwgestel beschikt is de eerste optie waarschijnlijk het makkelijkst. Zonder voeding geen gemopper, dus als je niets doet, dooft het vanzelf uit. Tenminste, dat hoop je. Je moet in dat geval wel over een lange adem beschikken en er tegen kunnen dat het geklaag nog even door suddert. Dus mocht je een sfeergevoelig iemand zijn, dan kan deze werkwijze lastig zijn.

 

Een andere reactiemogelijkheid is lekker mee mopperen. Het leraarschap is emotioneel zwaar en de ventielfunctie van het klagen, kan verlichting bieden. Het zorgt ook voor herkenbare gespreksstof en bondgenootschappen. Als je voor deze optie kiest is het wel belangrijk om het mopperrondje in te kaderen. Mijn criterium is dat je moet stoppen zodra je in herhaling valt, maar je kunt ook een mopperkwartier instellen.

 

De derde optie verdient meer aandacht dan er in de onderwijspraktijk aan gegeven wordt. Het is de moeite waard om te kijken of de klagende leraar niet gewoon gelijk heeft. Probeer je bij elke cynische brombeer voor te stellen dat hij of zij ooit net zo fris en betrokken voor de klas stond als jij, maar misschien kwam er bij deze docent de klad in na onderwijsvernieuwing nummer 23.

Ergens is dat best te begrijpen, want het Nederlandse onderwijs is wereldkampioen onderwijsvernieuwing. In 2019 omschreef de Onderwijsinspectie het als volgt: we zien veel vernieuwing en soms ook verbetering van het onderwijs. Met andere woorden:

de meeste onderwijsvernieuwing leidt niet tot onderwijsverbetering en als je daar als leraar jarenlang getuige van bent is het niet vreemd dat de moedeloosheid wat toe slaat.

 

De vierde optie is het pareren van de klaagcultuur. Het allerbelangrijkste argument om de klaagcultuur te bestrijden is dat een uitgebluste leraar niet bevorderlijk is voor de leskwaliteit. Of zoals een geïnterviewde docent het formuleerde: leerlingen voelen het meteen dat je je tijd uit zit tot je naar huis mag. Dat mag je kinderen niet aan doen.

 

Je kunt de tegenaanval op meerdere manieren inzetten. Met Superleraar bied ik sessies waarin leraren over hun drijfveren spreken. Dit werkt verhelderend en vergroot het onderlinge begrip, omdat het ieders betrokkenheid zichtbaar maakt.

Aansluitend is inzicht in je eigen cirkel van invloed van belang. Volgens deze theorie van Steven Covey is er een klein gebied waar jij direct invloed op hebt en een groter gebied waar je bij betrokken bent, maar geen invloed op hebt. Kort gezegd zit een leraar die zijn of haar onvrede over ouders en ministers uit in de cirkel van betrokkenheid. De docent maakt zich druk over dingen waar hij of zijn geen invloed op heeft en dat is demotiverend. Het gaat er om in de cirkel van invloed te komen, als docent kan dat bijvoorbeeld je eigen les zijn en vervolgens deze cirkel te vergroten.

Als dat allemaal niet werkt is er altijd nog de provocatieve weg. Door met humor, warmte en uitdaging de klagende leraar te prikkelen kun je de boel opschudden en wie weet creëer je de nodige motivatie voor verandering.