van sleur in het onderwijs naar werkplezier

Van sleur in het onderwijs naar werkplezier 


superleraar: verhogen werkplezier docent

door Superleraar// categorie motivatie docent//22 maart 2021

Hoewel ik ze in de praktijk weinig tegen kom, kent iedereen de oude, verzuurde leraar. De cynische docent zit mopperend over de jeugd van tegenwoordig zijn uurtjes uit en bij sommigen duurt dat verdraaid lang. Een ongemotiveerde docent straalt dat uit en het zal niemand verbazen dat dat negatieve invloed heeft op de kwaliteit van het onderwijs. Andersom werkt het ook: een gemotiveerde docent brengt de lesstof tot leven, wat de kans dat de leerling wordt geraakt vergroot. Simpelgezegd: voor goed onderwijs heb je goede, gemotiveerde docenten nodig.

 

Sterke-puntenbenadering onderwijs

Superleraar werkt vanuit de sterke-puntenbenadering, waarbij de focus ligt op het optimaliseren van de sterke eigenschappen van de docent. Dit is een reactie op het gebruik van docentrollen, waar het gaat om het verbeteren van de zwakke kanten (zie mijn artikel functioneren zonder formulier).

De basis van de sterke-puntenbenadering ligt in de positieve psychologie. Deze stroming stelt dat het versterken van iemands sterke eigenschappen zorgt voor welbevinden, wat leidt tot motivatie en creativiteit. Een bijbehorend begrip is flow. Mij deed dat in eerste instantie denken aan een tijdschrift over tot jezelf komen in wifivrije caravans, maar het is veel meer dan dat. Een

gemotiveerde docent zit in de flow: hij of zij voelt zich als een vis in het water voor de klas. 

Het onderwerp motivatie is onderzocht door Ryan en Deci in hun zelfbeschikkingstheorie. Zij stellen dat je om gemotiveerd te zijn moet voldoen aan drie basisbehoeften: competentie, verbondenheid en autonomie. Met andere woorden: een gemotiveerde docent moet het leraarschap aankunnen, zich verbonden voelen met de school en zelfstandig zijn of haar vak uit kunnen oefenen.

 

Sleur voor de klas?

Lesgeven is een mooi vak. In mijn artikelen over wat lesgeven leuk maakt stelde ik al dat pubers een unieke doelgroep zijn. Docenten geven aan dat het contact met de leerling hun vak aantrekkelijk maakt, net als het echt met je vak bezig zijn en de vrijheid die je hebt voor de klas.

Toch kan het voorkomen dat de glans na een paar lesgeven wat verdwijnt. Sleur in de klas kan de beste overkomen, maar als het te lang duurt moet je er iets mee.

Het is een open deur, maar het codewoord van sleur in het onderwijs is variatie. Als ik de theorie er op na sla kan een op motivatiegerichte verandering taakgericht, mentaal, relationeel en contextueel zijn.


Variatie voorkomt sleur in het onderwijs

Taakgerichte variatie springt het meest in het oog. Zo is het aanbrengen van afwisseling in werkvormen een methode die veel docenten noemen als ik hen spreek over sleur in het onderwijs. In de loop der tijd heb ik geleerd dat een goede balans tussen routine voor de klas en vernieuwing van belang is. In mijn vernieuwingsdrift raakte ik soms zo enthousiast dat leerlingen mij na veel gescrum en zelfregie vroegen wanneer ze weer gewoon les

kregen.

Een ander voorbeeld van taakgerichte variatie is het veranderen van niet-lesgebonden taken. Juist het onderwijs biedt veel mogelijkheden voor het vormgeven van je eigen baan. Er is relatief weinig hiërarchie binnen een school en het aantal taken is groot. Het kan een uitdaging zijn om in de wildgroei van taken iets te vinden dat bij je past. Het grootste gevaar is natuurlijk dat je als beginnende docent alle restklusjes krijgt toebedeeld. Uit ervaring weet ik dat het afstoten van taken lastiger is dan het aantrekken van taken. Dat geldt vooral voor het meerdaags brugklaskamp, de profielwerkstukbegeleiding van de leerlingen zonder onderwerp en het surveilleren op vrijdagmiddag. Ook raad ik aan om na een lastminute invalbeurt bij een excursie naar een veenmoeras op te letten dat je niet gelijk tot specialist wordt gebombardeerd, want dan kom je er nooit meer van af.


Terug naar de variatie in het leraarschap. Op mentaal gebied kan een analyse van je werkwaarden interessant zijn. Wat vind je echt belangrijk als leraar? En wat verwacht je impliciet van de leerlingen of je collega’s. Zo heb ik eens een beginnende docent begeleid die herhaaldelijk zich zijn verbazing over het niet maken van aantekeningen door tweedeklassers uitte. Nadat hij erkende dat hij misschien wat hoge verwachtingen had van deze twaalfjarigen verbeterde de sfeer en de werkhouding in de klas.  

Voor diegenen die het genoemde mentale pad wat te diepzinnig vinden is er ook nog de mogelijkheid van – jawel - relationele variatie. Een school biedt nu eenmaal de luxe dat het grootste deel van de collega’s hetzelfde werk doet, dus vakoverstijgende samenwerking kan altijd. Het afwisselen van jaarlagen is ook een simpele aanrader en als het echt niet botert tussen jou en een klas is er altijd de hoop dat een sectiegenoot dol is op het specifieke gezelschap, al werkt deze variant niet altijd.

Als laatste kun je natuurlijk de hele schoolcontext veranderen. Dat kan rigoureus door van school te wisselen, maar ik ken ook docenten die een kleine aanstelling erbij nemen om eens een kijkje in de keuken te nemen op een andere school. Eigenlijk biedt de overkoepelende structuur van veel middelbare scholen genoeg kansen om dit soort verfrissende schooluitstapjes mogelijk te maken.

 

naar artikelen over motivatie docent

naar artikelen over werkdruk docent

naar artikelen over krachtig leraarschap


bekijk hier het nascholingsaanbod van Superleraar