differentieren en krachtig leraarschap

Differentiëren: waarom ik geen differentieerkoningin ben 

superleraar: verhogen werkplezier docent

door Superleraar// categorie over krachtig leraarschap // 8 maart 2021

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik ben dus zo’n leraar die niet begint te jubelen bij het woord differentiëren. Het ligt gevoelig: differentiëren is al jaren het antwoord op alles, maar toch gaat deze Heilige Graal van het onderwijs grotendeels aan mij voorbij.

Er is op mijn scholen nooit beknibbeld op integrale brainstormsessies, ICT-trainingen en best practices, maar niets sloeg aan. Het feit dat ik geen differentieerkoningin ben, ligt dan ook volledig aan mijzelf.

 

Differentiëren mist de essentie van het lesgeven

Mijn grootste probleem met differentiëren is het gefragmenteerde karakter ervan.  Om een les behapbaar te maken, moet je een bouwwerk van mini-modules maken waar leerlingen zoveel mogelijk individueel doorheen kunnen. Deze leselementen zorgen ervoor dat je meerdere lesdoelen af kunt vinken en dat is fijn als je iets tastbaars wilt bereiken.

Voor praktische kennis kan deze werkwijze aantrekkelijk zijn.

Het gevaar is echter dat je onderwijs gaat zien als een LOI-cursus voor de zoekende professional, terwijl onderwijs veel meer is dan dat. Goed onderwijs spreekt tot de verbeelding en kan de denkwereld van de leerling oprekken. Een boeiende les is geen aaneenschakeling babyhapjes, maar bezit een spanningsboog die nieuwsgierigheid op wekt. De vraag is of je met die schema’s vol modules en leerdoelen niet ook de essentie van het lesgeven opknipt.

Superleraar staat voor krachtig leraarschap, dat bestaat uit persoonlijkheid, vakmanschap en verbondenheid. Volgens Superleraar is het de persoonlijkheid van de leraar die de lessen kleur geeft en bepalend is voor wat leerlingen bijblijft. Bij differentiëren bestaat het risico dat je de inzet van de persoonlijkheid van de leraar terugbrengt en er een procesbegeleider over blijft die zich vooral bezig houdt met het afvinken van voortgangsformulieren.

 

Differentiëren moet bij je passen

Natuurlijk is mijn visie op differentiëren gekleurd door praktisch onvermogen. Ik raak lichtelijk oververhit als ik veel moet schakelen in een les en het botst met mijn hang naar kernachtigheid. Ik wil rust, reinheid en regelmaat in de klas en dat is zonder differentiëren al moeilijk genoeg.  

Het staat buiten kijf dat een zekere mate van differentiatie handig is. Je kunt bijvoorbeeld verveelde leerlingen vooruit laten werken en langzame leerlingen werk laten herhalen. En het bieden van keuzes is werkt altijd.

Het probleem met differentiëren is dat het het alle leraren er aan moeten geloven, ongeacht of het bij hen past. Onder aanvoering van de Onderwijsinspectie sturen schoolbesturen op differentiatie in de klas. Het motto lijkt differentiëren moet, maakt niet uit hoe terwijl dat laatste er wel toe doet. Differentiëren is geschikt voor handige duizendpootjes, maar het gros van de leraren doet maar wat en gaat daarbij - hoe goed bedoeld ook - voorbij aan het oorspronkelijke doel van differentiëren: het verbeteren van de onderwijskwaliteit. In de praktijk is differentiëren van middel om de onderwijskwaliteit te verbeteren veranderd in een doel op zich.

 

Eigenlijk kun je differentiëren het best vergelijken met simultaan schaken. Beiden vragen hoogwaardige capaciteiten die voor de meeste mensen onbereikbaar zijn. Net als simultaan schaken is differentiëren een vrij complexe discipline, die zich als afgeleide van het echte lesgeven in een prachtige niche bevindt. Daar moet je alleen aan beginnen als het je aanspreekt en bij je past.



naar artikelen over klassenmanagement

naar artikelen over krachtig leraarschap

naar artikelen over motivatie docent


bekijk hier het nascholingsaanbod van Superleraar